Van een balletje trappen bij Wilhelmina Boys tot vaste waarde bij eredivisionist PEC Zwolle. En nu op naar zijn eerste buitenlandse club. Over Best, blessureleed, knokken en kansen pakken: Kaj de Rooij (25) speelt open kaart.

Door Joeri van den Biggelaar

Veel van huis zijn, dát is de geboren Bestenaar wel gewend. Op zijn negende wordt hij gescout door FC Eindhoven. “Al was ik me daarvan niet echt bewust. Ik voetbalde gewoon omdat ik het leuk vond en dacht er verder niet heel veel bij na,” vertelt De Rooij. Het plezier in het spel staat voorop, zonder grote plannen of druk.

Ook zijn tijd bij Wilhelmina Boys staat hem niet meer superscherp op het netvlies. De Rooij vertrekt al jong naar andere clubs. “Maar die keer dat we kampioen werden met de F1 staat me nog wel bij. Net als een paar andere wedstrijden uit die tijd.”

Het profvoetbal lonkt al vroeg, al is dat meer een stille wens dan een uitgesproken doel. “Het was altijd al stiekem mijn droom, maar niet zo dat ik bewust al heel jong dacht: ik móét en zal profvoetballer worden.”

Druk

Op 19-jarige leeftijd maakt hij de overstap naar NAC Breda, waar hij geldt als een van de recordaankopen. Dat brengt de nodige druk met zich mee. “Al voelde het alsof ik er goed mee omging, denk ik nu dat ik er meer last van had dan ik toen besefte. Ik heb daar nooit helemaal lekker in mijn vel gezeten en daardoor ook niet altijd alles eruit gehaald.”

Zijn tijd bij NAC wordt bovendien gekenmerkt door blessureleed, met als dieptepunt het uitdienen van zijn contract met een kruisbandblessure. “Dat was typerend voor mijn periode bij NAC,” zegt hij. Toch kijkt hij ook positief terug. “Daarna wist ik wat ik anders moest doen om weer helemaal mezelf te zijn. Ik heb er veel van geleerd, zowel fysiek als mentaal.”

Wanneer duidelijk wordt dat zijn contract niet wordt verlengd, maakt De Rooij een bewuste keuze. In plaats van zich direct aan een club te binden, revalideert hij met een eigen fysiotherapeut. “Ik lag er nog negen maanden uit en wilde graag naar de Eredivisie,” legt hij uit. Die aanpak werpt zijn vruchten af: na een halfjaar trainen sluit De Rooij aan bij PEC Zwolle.

Sinds zijn vertrek bij NAC blijft hij opvallend fit. Een sluitende verklaring heeft De Rooij niet. “Soms zijn dingen ook gewoon niet te verklaren. Als je eenmaal in een periode met blessures zit, kun je zo van de ene in de andere vallen. Je wilt het randje opzoeken en zo snel mogelijk fit zijn, en mentaal speelt dat ook mee.”

Droom

Bij PEC Zwolle krijgt De Rooij het vertrouwen dat hij eerder nog miste. Waar hij in zijn eerste periode weinig minuten maakt, staat hij nu in vrijwel iedere wedstrijd op het veld. “Deze trainer heeft meer vertrouwen in mij en ik heb dat vanaf het begin direct terugbetaald.”

Toch besluit De Rooij zijn aflopende contract niet te verlengen. Dat voelt als een risico, erkent hij, maar het is een weloverwogen keuze. Inmiddels is duidelijk waarom: De Rooij zet zijn carrière voort in Spanje, waar hij heeft getekend bij Real Valladolid.

Dat is geen toeval, want Spanje speelt al langer een rol in zijn voetbalbeleving. “Vroeger was ik groot Barcelona- en Messi-fan. Het was altijd mijn droom om in Spanje te voetballen.” Met zijn overstap naar Real Valladolid komt die droom nu uit.

Wat hij vooral meeneemt uit zijn carrière tot nu toe, is het besef hoe belangrijk het mentale aspect is. “Het meeste aan voetbal is mentaal. Je moet fris en vrij zijn, en dat zie je uiteindelijk terug in je prestaties. Daar ben ik sterker in geworden.”

De mooiste wedstrijd uit zijn loopbaan kan hij niet zomaar aanwijzen. Het zijn vooral momenten die bijblijven. “Scoren in de Arena bijvoorbeeld, of na mijn knieblessure na een jaar weer terugkeren. Dat voelde eigenlijk als mijn eredivisiedebuut.”

Hoewel hij tegenwoordig vooral in Zwolle te vinden is, komt De Rooij nog regelmatig terug in Best. “Ik ga zeker langs bij mijn ouders en mijn hond, maar het is niet zo dat ik wekelijks thuis ben.”