Zaterdag 23 augustus was er op het Jaarbeursplein in Utrecht een groot schaakbord op de grond aangebracht voor het Nederlands Kampioenschap Sprintschaak. Groot? Ja, het 64 vakken tellende schaakbord had de afmeting van 20 bij 20 meter en de schaakstukken waren elk ongeveer een halve meter groot. Bestenaar Casper Deij (14 jaar) was één van de NK-deelnemers en hij behaalde de derde plek.

Wie bevooroordeeld denkt dat schaken een denksport is waarbij de spelers altijd urenlang stil zitten aan een tafel, heeft duidelijk nog nooit van ‘sprintschaak’ gehoord. Bij sprintschaak rennen de spelers tussen hun XL-schaakstukken door en trekken ze sprintjes om zo snel mogelijk hun zet te spelen én de schaakklok in te drukken. Casper: ‘Toen ik me aanmeldde voor mijn deelname werden er vragen gesteld over zowel mijn schaakniveau, als mijn conditie: er werd geselecteerd op uithoudingsvermogen op de 5 kilometer én op sprintsnelheid. Gelukkig ben ik naast schaker ook al jarenlang lid van Atletiekvereniging Generaal Michaëlis en zo kwam ik door de voorselectie heen en mocht ik deelnemen aan het Nederlands Kampioenschap Sprintschaak.’

Vermoeiend schouwspel

”Ik kon me van te voren nog geen voorstelling maken van een schaakbord ter grootte van 400 vierkante meter. Maar toen ik het treinstation van Utrecht aan de Jaarbeurszijde bij de trappen verliet, toen zag ik meteen hoe groot zo’n sprintschaakbord eigenlijk is. Opeens leken de XL-schaakstukken enorm klein!”

De trappen zelf waren een erg goede plek voor de vele toeschouwers die graag naar het snelle en vermoeiende schouwspel kwamen kijken. Casper vertelt: ”Tussen mijn eigen partijen door zat ik zelf op de trappen om de andere partijen te volgen. Daar had ik een goed overzicht en kon ik het schaakspel prima volgen. Als je als speler zelf tussen alle stukken heen en weer rent, is het soms wat lastiger te zien allemaal!”

Vijfenzestig meter rennen voor één zet

In de eerste ronde werd de klok van elke speler op één minuut gezet en kregen de sprintschakers acht seconden per zet erbij. Casper: ”Die tijd ging echt zó voorbij! Normaliter kan ik met die incrementtijd mijn tijd enigszins of zelfs helemaal corrigeren, maar als ik bij sprintschaak bijvoorbeeld mijn toren verplaats van de verst afgelegen hoek naar helemaal boven, gevolgd door een sprint naar de schaakklok, dan heb ik al zo’n 65 meter afgelegd voor één zet.” Casper verloor de eerste ronde. Nadat iedereen één partij in dit speeltempo had gespeeld, viel het op dat tweederde van de partijen door de witspeler gewonnen werd. In de volgende ronden werd het zandlopermodel gehanteerd en speelden de sprintschakers in hun eigen tijd: de seconden die werden verbruikt kwamen bij de andere speler erbij. Met een totale speelduur van anderhalve minuut betekende dat nog steeds heel veel en heel hard rennen over het schaakbord.

Rennen, bukken, hollen, hijgen

Casper had van zijn eerste partij geleerd welke zetten vermoeiend waren en die strategie probeerde hij bij zijn volgende partijen toe te passen en met succes. Casper won de tweede ronde en plaatste zich hierdoor voor de kwartfinale. Casper: ”Er ontstonden allemaal rare openingen die je op een normaal schaakbord niet zo maar zult tegenkomen. Het bleek namelijk erg handig te zijn om eerst de pionnen die het dichtstbij de schaakklok stonden naar voren te schuiven. Hierdoor had je een paar snelle zetten achter elkaar en kreeg je er dus tijd bij. De tegenstander was én verbaasd én er ontstond een ongebruikelijke stelling. Er was weinig tijd om rustig de stelling te overzien, want het was rennen, bukken om stuk te pakken, hollen, bukken om stuk neer te zetten en eventueel geslagen stukken onder de arm mee te nemen, doorrennen naar de klok en dan een paar tellen uithijgen!”

Prachtig spektakel

Het publiek vond het een prachtig spektakel. Er werd gejuicht als een sprintschaker het aandurfde om een rokade uit te voeren. Casper: ”Dan moet je twee stukken achter elkaar bewegen, waarbij de toren over de koning heen wordt bewogen. Deze zet kostte echt veel tijd om uit te voeren, maar een onveilige koning wil je uiteindelijk ook niet.”

Casper kreeg in de kwartfinale zo’n bijzondere opening met allemaal pionnen. Casper: ”Ja, maar ik had dit inmiddels een paar keer gezien en geanalyseerd hoe ik hiertegen moest spelen. Ik haalde mijn paard eruit en zette ook enkele pionnen dichtbij de klok naar voren. Zo konden mijn pionnen doorlopen. Ik stond na de opening ruim in tijd achter, maar had die tijd gebruikt om haar dame te slaan. Mijn tegenstander bleek niet nog meer sprintschaaktrucjes te hebben en dus kwam het nu op echt schaken aan. En ik had een plan waardoor ik mijn tegenstander sprintschaakmat zette.” In de halve finale was Caspers scherpte na alle kilometers toch wat minder. Casper: ”Terwijl ik tussen mijn schaakstukken een plan stond te bedenken, zag ik opeens mijn tegenstander met zijn Loper op mijn Dame afrennen. Ai, dat bleek een ruil die ik niet goed had doordacht. Deze lijn had ik over het hoofd gezien en dat kostte mij mijn partij.” Casper wist met deze uitzonderlijke prestaties de derde plek te behalen van het Nederlands Kampioenschap Sprintschaak. Casper: ”Ik ben super trots op mijn bronzen plek op dit bijzondere NK. Het was enorm leuk én chaotisch om te doen. Bij mijn eerstvolgende schaakpartij ga ik wel weer ‘gewoon’ aan een tafel zitten.”