Voor de meeste supporters draait het om negentig minuten voetbal. Voor de Oranjeclub uit Best begint het feest al uren eerder. Ook voor de interland tegen Servië reisden tientallen leden af naar Eindhoven. Maar voor deze fans was de wedstrijd eigenlijk alleen de kers op de taart.
Door Theo Louwers
Rob Appeldoorn en zijn echtgenote Angela, echte supporters van het Nederlands elftal, besloten eind jaren negentig hun enthousiasme te delen met anderen. Bestenaren, maar ook supporters uit andere delen van het land sloten zich in de loop van de jaren bij hen aan. Inmiddels telt de supportersgroep meer dan 50 leden.
Rob Appeldoorn vertelt: “Het is begonnen met de wedstrijd Duitsland-Nederland in 1998. Vanaf dat moment begon het enthousiasme voor het Nederlands elftal te leven bij ons en de mensen om ons heen. We kwamen in contact met supporters uit onder andere Margraten en Noord-Holland, ze wilden zich aansluiten bij ons. Waarom? Wij maken van een wedstrijd een dag om nooit te vergeten. Bij thuiswedstrijden komen we als groep bij elkaar. Je bent niet verplicht om te komen, maar het animo is groot. Voorafgaand aan de wedstijd in het PSV-stadion kwamen we vanaf 14.00 uur bij elkaar in de bovenzaal van Hotel Centraal aan de Markt in Eindhoven. De meesten gestoken in oranje kleding, met sjaals, vlaggetjes, hoedjes, speldjes, kortom alles wat Oranje te maken heeft wordt erbij gehaald. Een biertje drinken, vriendschappen sluiten, anekdotes op halen en aan het eind van de middag genoten we gezamenlijk van een buffet. Om 19.30 uur liepen we en masse naar het stadion om de wedstrijd te aanschouwen. Via de KNVB waren vooraf alle kaarten geregeld zodat we in het stadion bij elkaar konden zitten. Geweldig toch. Bij onze samenkomsten is de sfeer optimaal, er gebeurt nooit iets vervelends, iedereen laat elkaar in zijn waarde. Eigenlijk gaat het niet alleen om de wedstrijd, maar om de dag op zich. Het hoofdmenu is voor ons de dag zelf, de wedstrijd is het toetje. Valt die wedstrijd tegen, jamme, maar dan hebben we toch een hele leuke dag achter de rug.”
87-jarige Oranjesupporter
Eén van de opvallendste supporters is Piet Appeldoorn, 87 jaar. “Ik ben blij dat ik nog overal mee naar toe kan”, zegt hij aan de tafel in de bovenzaal van Hotel Centraal. “Ik ben voor het eerst naar het Nederlands elftal gaan kijken toen er een wedstrijd tegen Engeland werd gespeeld in het kader van het 75-jarig bestaan van de KNVB. Ik ben in heel Europa geweest als het om het Nederlands elftal gaat. Soms mondt dat uit in een grotere trip. Zo ben ik met mijn beide zoons naar aanleiding van een wedstrijd tien dagen door Noorwegen gereisd met de auto. Ik ben tot de conclusie gekomen dat het nergens zo goed is als in Nederland. De collegialiteit is groot en je maakt overal vrienden. Ik vind het nog steeds leuk om mee te gaan.”
Financiële man
Bij de organisatie van de trips komt nogal wat kijken. Harold Verkuijlen, die met Rob Appeldoorn al meer dan honderd interlands van het Nederlands elftal heeft gezien, is de financiële man. “We hebben bij de oprichting van onze club een Oranjerekening geopend waarop geld wordt gestort. De vrouwen konden niet zien wat we aan geld uitgaven”, lacht Verkuijlen. “Tegenwoordig gaan er steeds meer vrouwen mee.”
De drijfveer om als voetbalfan het Nederlands elftal te volgen is volgens Verkuijlen het omgaan met supporters, vooral tijdens uitwedstrijden. Bij het WK in 2026 zijn we alle wedstrijden van het Nederlands elftal afgegaan. In Dortmund waren er 100.000 supporters op de been. Super. Wij zijn supporter van het voetbal en niet van een club. Het voordeel is dat we gelijkgestemden zijn en er geen sprake is van rivaliteit.”
Alwin, een supporter uit Margraten schuift aan in Hotel Centraal. “Ik ben geboren in Geldrop en in 1968 naar Limburg verhuisd. Nederland-Duitsland was mijn eerste wedstrijd. Sinds 2006 heb ik geen wedstrijd gemist. Op mijn petje heb ik van elk land waar het elftal heeft gespeeld een pin verzameld. Vier en een half jaar geleden heb ik deze groep leren kennen. Sindsdien horen Best en Margraten bij elkaar. In Letland heb ik gedanst met Angela, de vrouw van Rob.”
Armand uit België vertelt een soortgelijk verhaal. “Harold Verkuijlen, een vriend van mij, vroeg een keer om mee te gaan naar een wedstrijd van het Nederlands elftal. Ik heb genoten. Het mooie is dat er geen sociale druk achter zit, vrijheid blijheid.”
De 20-jarige Matthijs raakte via zijn vader betrokken bij de Oranjeclub. Hij zorgt voor verjonging van de supportersschare. “Het is een mix van allerlei mensen in verschillende leeftijden. Iedereen accepteert elkaar, er is nooit gezeik. Het voelt als een soort familie.”
Vader Dirand van Wijk is het met zijn zoon eens. “Het draait om de mens.”
