Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor de huisvesting van vergunninghouders. Het Rijk legt gemeenten elk half jaar naar rato van inwonersaantal van de betreffende gemeente een taakstelling op voor het aantal te huisvesten vergunninghouders. De provincie ziet erop toe dat gemeenten aan deze taakstelling voldoen. Op 19 januari 2026 is de gemeente Best door de provincie onder actief toezicht geplaatst vanwege het niet tijdig realiseren van de taakstelling.

Door Theo Louwers

Naar aanleiding van de onder toezicht stelling heeft een constructief ambtelijk overleg plaatsgevonden met de provincie, waarin afspraken zijn gemaakt om te komen tot verbetering van de situatie. Met de provincie zijn de volgende afspraken gemaakt: De halfjaarlijkse taakstelling wordt komende perioden steeds volledig gerealiseerd. De opgelopen achterstand van 44 vergunninghouders loopt de gemeente in de komende vier taakstellingsperioden in. Uiterlijk per 1 januari 2028 moet de volledige achterstand zijn ingelopen.

Plan van aanpak

Samen met de woningcorporaties is een plan van aanpak opgesteld. De gemeente heeft deze afspraken uitgewerkt in concrete oplossingsrichtingen. Zowel ambtelijk als bestuurlijk zijn deze oplossingen besproken met de woningcorporaties waarmee de gemeente samenwerkt om invulling te geven aan de taakstelling voor de huisvesting van vergunninghouders. Deze oplossingsrichtingen zijn vastgelegd in een plan van aanpak.

Het plan van aanpak richt zich primair op het realiseren van reguliere, permanente huisvesting voor vergunninghouders. Stabiele huisvesting is essentieel voor inburgering, participatie en succesvolle integratie in de lokale samenleving. De inzet ligt primair bij sociale huurwoningen van woningcorporaties, aangevuld met tijdelijke en vernieuwende oplossingen om de achterstand in te lopen.

Reguliere en aanvullende huisvestingsmogelijkheden

Sociale huurwoningen van corporaties vormen de basis van de huisvesting van vergunninghouders. Particuliere sociale huurwoningen zijn in Best beperkt beschikbaar en versnipperd, waardoor structurele afspraken niet mogelijk zijn. Incidentele kansen, zoals bij woningsplitsing, worden waar mogelijk benut.

Flexwoningen blijken in Best geen duurzame oplossing. De kosten, het ontbreken van geschikte locaties en de benodigde doorlooptijd maken dat inzet op reguliere, permanente woningen effectiever is.

Nieuwbouw sociale huur biedt op middellange en lange termijn belangrijke kansen. In voorbereiding zijnde woningbouwplannen bevatten een substantieel aandeel compacte sociale huurwoningen. Deze dragen bij aan huisvesting van vergunninghouders én bevorderen doorstroming binnen de bestaande woningvoorraad. Gemeentelijk en particulier vastgoed is momenteel niet beschikbaar of geschikt voor (tijdelijke) huisvesting van vergunninghouders. Recreatieverblijven zijn in Best niet beschikbaar of passend voor deze doelgroep.

De gemeente realiseert een tijdelijke doorstroomvoorziening in twee leegstaande schoolwoningen aan de Wildheuvel. Hiermee kunnen onder andere grote gezinnen tijdelijk worden gehuisvest, terwijl corporaties ruimte krijgen om passende reguliere woningen te realiseren. Deze huisvesting telt mee voor de taakstelling, met als uitgangspunt dat deze gezinnen doorstromen naar reguliere woonruimte binnen ongeveer één jaar. De gemeente zet in op het beter benutten van de bestaande woningvoorraad door stimulering van woningsplitsing, woningdelen, transformatie en optoppen. Hiervoor wordt nieuw beleid ontwikkelt met focus op het eenvoudiger maken van initiatieven.

Hospitaverhuur is direct mogelijk binnen Best. Samen met partners wordt deze optie actiever onder de aandacht gebracht. Ook wordt gekeken naar niet-zelfstandige woonvormen, zoals friendscontracten, met name voor alleenstaande (jongere) vergunninghouders, onder voorwaarde van adequate begeleiding.

Samenwerking en procesverbetering

Met de woningcorporaties werkt de gemeente aan een gezamenlijke invulling van de taakstelling, waarbij wordt gezocht naar een betere balans tussen het aantal gehuisveste vergunninghouders en het aantal ingezette woningen. De huidige verdeling naar rato wordt geëvalueerd.

Grotere vrijkomende woningen worden ingezet voor het huisvesten van grotere vergunninghoudersgezinnen. Dit maakt het mogelijk de achterstand sneller in te lopen met relatief minder woningen, met aandacht voor een evenwichtige spreiding en gebruik van beschikbare rijksregelingen. Corporaties en gemeente blijven gezamenlijk aanvullende kansen binnen de bestaande woningvoorraad verkennen.