De landelijke druk op het stelsel rondom stages neemt toe. Uit recent onderzoek van EenVandaag blijkt dat bijna de helft van de mbo-studenten zich ingezet voelt als goedkope arbeidskracht. Tegelijkertijd groeit de roep om verplichte stagevergoedingen. Terwijl hierover in politiek Den Haag wordt gediscussieerd, blikken twee studenten uit Best terug op hun stageperiode.
Door Joeri van den Biggelaar
Uit het onderzoek van EenVandaag blijkt dat vooral mbo-studenten zich regelmatig ondergewaardeerd voelen. 46 procent van hen zegt te worden ingezet als goedkope werknemer. Bij hbo-studenten ligt dit percentage op 33 procent, en bij universitaire stagiairs op 22 procent. Tegelijkertijd geeft 77 procent van alle stagiairs aan hun stageperiode als positief te hebben ervaren.
‘Ik deed hetzelfde werk’
Tygo Mutsers (17), mbo-student Wildlife Management, kijkt met gemengde gevoelens terug op zijn stages. Hij geeft aan veel geleerd te hebben en zich goed voorbereid te voelen door zijn opleiding. Toch ontving hij bij twee van zijn drie stages geen vergoeding, terwijl hij volgens eigen zeggen dezelfde werkzaamheden uitvoerde als betaalde krachten. “Ik vind honderd procent dat ik hier recht op heb,” zegt hij.
Hoewel Tygo positief is over wat hij leerde, voelde hij zich regelmatig onvoldoende gewaardeerd. Ook bij het vinden van stages kreeg hij weinig ondersteuning vanuit school. “Ik voelde me soms vooral een goedkope kracht die alle saaie klusjes mocht oplossen,” vertelt hij.
Volgens Tygo mag daar verandering in komen. “School zou meer mogen helpen bij het vinden van stages. En wat mij betreft komt er een verplichte stagevergoeding voor alle stages in het hoger onderwijs.”
Vegen of lamineren
Ninthe van den Biggelaar, hbo-student aan de PABO, kijkt anders terug op haar stages in het basisonderwijs. Zij voelde zich goed begeleid door haar opleiding en serieus genomen door collega’s. “Je hoort er echt bij: kletsen in de koffiekamer, meedoen aan vergaderingen, inspraak hebben en participeren in vieringen,” vertelt zij.
Toch ziet ook Ninthe verbeterpunten. Soms kreeg zij werkzaamheden toebedeeld waar zij weinig van leerde, zoals vegen of lamineren. “Daar leer je minder van dan van zelfstandig voor de klas staan,” zegt ze. Als zij iets mocht veranderen, zou dat gelijke kansen zijn voor alle stagiairs. En een stagevergoeding? “Daar zou ik zeker geen nee tegen zeggen. Ik ben en blijf student, en geld is altijd welkom.”
Best Onderwijs
Volgens Joyce Mordang, Talent Coach bij Best Onderwijs, is er binnen het basisonderwijs in Best ruimschoots ruimte voor stagiairs. Jaarlijks worden op de acht basisscholen zo’n 80 tot 90 mbo- en hbo-studenten begeleid, onder meer via samenwerkingen met PABO’s als De Kempel en Fontys. “De meeste stagiaires kijken positief terug op hun stage,” vertelt Mordang.
Best Onderwijs volgt de ervaringen van studenten via enquêtes en gesprekken. Volgens Mordang worden stagiairs niet ingezet als goedkope krachten en krijgen zij voldoende ruimte om te leren en zich te ontwikkelen. Vanaf schooljaar 2026/2027 treedt bovendien een nieuwe cao-regeling in werking, waardoor studenten vanaf het tweede leerjaar recht krijgen op een stagevergoeding. Mordang benadrukt dat een goede stage een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van zowel opleiding als stageplek. “Studenten moeten ervaren dat hun stage ertoe doet. Zo bereiden we toekomstige leerkrachten goed voor op hun beroep.”
