Regelmatig fiets ik over de Hooiweg de Vleut in en telkens overvalt mij een gevoel van teleurstelling en vervreemding. Dit zijn toch geen mensen uit de Vleut of uit Best, geen Brabanders, die mij vanaf die spandoeken aankijken. Ik woon nu 66 jaar in Best en ik heb, uit eigen ervaring en uit de verhalen die ik hoorde, een heel ander beeld van de Brabanders.
Mijn vader vond in mei 1940 een veilige rustplek in de Vleut toen hij op de vlucht was voor de Duitsers die zijn legeronderdeel bij de Peelraamline overrompeld hadden. Toen de Duitsers in 1943 Flakkee onder water zetten, vond hij met het hele gezin, een jaar lang gastvrij onderdak bij een boer in West-Brabant. En dan, wie herinnert zich niet: “16 dagen Aarle”, een prachtig toneelstuk van Ons Eigen Land. “Stro voor zoveel lijven, eten voor zoveel monden. Weigeren kunde nie”. Aarle stond klaar en vroeg niet, hebben wij zelf wel genoeg, wordt het niet te vol?
Ervaring delen
Ook mijn eigen ervaring, nu 73 jaar geleden de watersnoodramp van 1 februari 1953, ik was toen 6 jaar oud, wil ik hier delen. Met alleen de kleren die we aanhadden kwamen we aan in Den Bosch en later in Oisterwijk. Nog altijd voel ik de warmte en gastvrijheid die wij mee mochten maken. Van overal werden spullen gebracht en overal stonden mensen klaar om ons te helpen.
De laatste tijd hoor je nogal eens dat onze joods/christelijke waarden onder druk staan. Ik weet niet of dit zo is, want niet iedereen bedoelt hier hetzelfde mee. Voor mij zijn het de waarden die al meer dan duizend jaar in de Brabantse volksaard verankerd zijn. Het zijn de waarden van gastvrijheid, medemenselijkheid en naastenliefde, vooral wanneer het de weduwe, de wees en de vreemdeling betreft. Wij mogen ons deze waarden niet laten ontnemen, want dan zijn we onze identiteit echt kwijt.
Dus, alstublieft, mogen die spandoeken weg.
Ingezonden door Adrie Brands.
