Ook in Best vindt in de maand april de traditionele lintjesregen plaats. Elk jaar wordt dan een aantal Bestenaren als symbolische erkenning voor hun bijzondere verdiensten voor de samenleving koninklijk onderscheiden. Inmiddels is deze groep aanzienlijk geworden. In een reeks artikelen zetten wij maandelijks één oud-gedecoreerde in het zonnetje.

Door Lydia Notz

In 2007 ontving Maria Verkuijlen-van Och een koninklijke onderscheiding (Lid in de Orde van Oranje-Nassau) voor haar bijzondere sociaal-maatschappelijke verdiensten. De inmiddels 83-jarige Maria zet zich sinds 1973 in als vrijwilliger voor verschillende doelen in Best. Maria is er zeer bescheiden onder gebleven en wil liever niet in de spotlight staan.

Brede sociale inzet

Sinds 1970 woont Maria met haar man in Best. In Wilhelminadorp, waar zij waren neergestreken, was zij in 1973 mede-initiatiefnemer van de oprichting van de peuterspeelzaal ‘Het Hummeltje’ in huidig buurthuis Kadans.

De toenmalige pastoor van de Antoniuskerk heette Maria en Harry welkom in de parochie en vroeg of zij de Kerkbalans wilden ondersteunen. Voor Maria was een nieuwe uitdaging welkom. Zij verdeelde enveloppen binnen de parochie en haalde de donaties op. Tegelijkertijd was zij betrokken bij het parochieblad en onderhield zij enkele graven op het parochiekerkhof. Daarnaast inde zij donaties voor de Hartstichting.

In 1986 participeerde Maria als een van de eersten in de Ziekenbezoekgroep (werkgroep Steunpilaar). Wekelijks bezocht zij zieke Bestenaren in regionale ziekenhuizen, later voortgezet door ziekenbezoeken thuis. Maria zet zich hiervoor nog steeds met hart en ziel in, zo ook voor de organisatie van het ziekenweekend en het driedaagse Interparochieel Ontmoetingstriduüm waarbij kwetsbare ouderen en zieken met elkaar in een kerkelijke sfeer kunnen genieten van onder andere muziek en warme maaltijden.

Bijzondere ervaring

Over de vraag of zij deel wilde nemen in de Ziekenbezoekgroep, twijfelde Maria aanvankelijk. “Ik weet niet of ik dat kan, het lijkt mij aangrijpend”, was Maria’s antwoord, waarop de pastoor zei: “Als je het niet probeert, weet je het niet.” Maria liet zich overhalen en werd meteen in het diepe gegooid. De eerste patiënt was een terminaal kind met een beperking, die vrij snel overleed. “Deze gebeurtenis heeft mij echt geraakt”, vertelt Maria. “Maar tegelijkertijd kreeg ik veel voldoening van mijn werk. Een latere patiënt was een jongen van 5 jaar die opgenomen was met leukemie. Hij was inmiddels kaal en zijn hele ziekenhuiskamer hing vol met PSV-posters. Ik vroeg of hij niet naar een open dag van PSV wilde, maar daar was hij al met zijn vader geweest. Hij droomde van een bezoek aan een militair kamp en om daar op een tank te zitten. Na contact met een commandant van de kazerne in Oirschot werd de jongen met zijn familie een hele dag uitgenodigd op de kazerne. Hier mocht hij geheel in militair tenue op een tank zitten. De knul had de dag van zijn leven.”

Onverwacht bezoek

“Toen ik net mijn lintje had ontvangen, stond een volwassen, onbekende jongen voor mijn deur met een grote bos bloemen. Hij zei: ‘Ken je mij niet meer? Ik ben de jongen die toen naar de kazerne mocht. Aan jou heb ik toen zoveel steun gehad en daarvoor wil ik je bedanken’. Nou, dat was de kroon op mijn werk.”

Maria straalt nog steeds veel levensvreugde en passie uit. “Als mijn gezondheid het toelaat, blijf ik dit nog wel even doen. Mensen vinden het fijn om begeleid te worden en als ik iemand een plezier kan doen, doe ik dit graag.”