In zeven weken tijd 15.000 kilometer door 18 landen dwars door Europa en Azië naar Noordoost Kazachstan rijden? En dat in een oude Suzuki Wagon R met een 1-litermotor? Geen probleem voor Carien Scheepens en Pepijn van Kessel. De twee vrienden namen in de zomer deel aan de internationale Mongol Rally die dit jaar voor het eerst sinds 2019 weer van start ging met 50 deelnemende voertuigen die een maximale cilinderinhoud van 1.3 liter mogen hebben. Een overweldigende en speciale ervaring die je maar één keer in je leven onderneemt.

Door Lydia Notz

Pepijn en Carien maakten ontelbaar veel mooie ervaringen mee. “Wij hebben ons nergens onveilig gevoeld en veel gastvrije en aardige mensen ontmoet. Sommige situaties waren hooguit ongemakkelijk”, vertelt Pepijn. Het tweetal vertrok op 8 juli op hun gemak richting Praag waar de rally op 13 juli startte. Hun met sponsorstickers en foto’s beplakte Suzuki (Babs genoemd), viel overal op. “Bij de start van de rally reden alle teams tegelijk door Praag, waarna iedereen zich verspreidde. Zonder vastgestelde route moest op uiterlijk 24 augustus de finish behaald zijn.”

Planken richting Turkije

Het rallystel plankte in drie dagen via snelwegen door naar Turkije. “Wij zaten gemiddeld elke dag acht uur achter het stuur en met zo’n 40 tot 45 graden overal was het hartstikke heet in een oude auto zonder airco. In Turkije reden wij dwars door het land naar de Zwarte Zee in het noordoosten. In Trabzon stopte naast ons een Nederlandse auto. Het Turks-Nederlandse stel nodigde ons uit om dezelfde avond bij hen te komen eten. Wij hoefden niet te betalen. Het is opmerkelijk hoe gastvrij mensen overal zijn, met een enorme bereidheid om dingen voor je te regelen”.

In Turkije verloor Babs haar tankdop. “Van de eigenaar van een garage kregen wij een gratis exemplaar, mits hij met het ons en Babs op de foto mocht.”

Op weg naar de Kaukasus

Na twaalf uur rijden arriveerden zij midden in de nacht in wijnland Georgië, tussendoor nog tegengehouden door een agent omdat zij zich onbedoeld in een Russisch bezet gebied bevonden.

In de Georgische hoofdstad Tbilisi verbleven de vrienden enkele dagen in afwachting van het transport van Babs naar Baku in Azerbeidzjan. De grens mag niet zelf rijdend gepasseerd worden. Zijzelf bereikten Baku vliegend. “Na enkele dagen Baku vertrokken wij richting de boot voor de oversteek van de Kaspische Zee richting Kazachstan. Deze vertrok helaas niet in de middag zoals gepland. Wij brachten de nacht in de auto door. Een douanier maakte ons om 4 uur ’s nachts wakker omdat er papieren ’ontbraken’ en nog meer belasting betaald moest worden. En dat terwijl de boot uiteindelijk om 17.00 uur in de middag vertrok.”

De aankomst in Aqtau, Kazachstan volgde 20 uur later. Ook hier werden oneindig veel papieren ingevuld, stempels gezet en volgden opnieuw belastingbetalingen.

“De verdere weg naar Turkmenistan was één gatenkaas. Niemand rijdt hier de grens over. In de hoofdstad Asjchabad zijn de wegen prachtig en 6-baans met nagenoeg geen auto’s. Hier werden wij staande gehouden door undercoveragenten omdat wij niet bij de formele oversteekplaats de weg waren overgestoken en richting presidentieel paleis liepen, beide mag niet. Maar er staan ook geen borden. Turkmenistan was een bijzondere ervaring maar het voelde er ook ongemakkelijk.”

Zij bezochten hier de gaskrater ‘The door to hell’, de highlight van de reis. Deze in 1971 ontstane indrukwekkende krater brandt als een vulkaan. In het relaxte Oezbekistan kwamen de vrienden per toeval bij een nationaal meloenenfestival terecht, uitgenodigd om met veel lokaal prominente mensen te feesten. “Wij werden door 2 tv-stations geïnterviewd. Heel bijzonder om mee te maken, open en gastvrij.”

Via het prachtige land Kirgizië bereikten zij Kazachstan. In enkele dagen overbrugden zij de afstand naar eindbestemming Öskemen, waar zij op 24 augustus met veel auto’s tegelijk trots de finish bereikten.