Ook in Best vindt in de maand april de traditionele lintjesregen plaats. Elk jaar wordt dan een aantal Bestenaren als symbolische erkenning voor hun bijzondere verdiensten voor de samenleving koninklijk onderscheiden. Inmiddels is deze groep aanzienlijk geworden. In een reeks artikelen zetten wij maandelijks één oud-gedecoreerde in het zonnetje, dit keer een echtpaar.
Door Lydia Notz
In 2012 ontvingen Maarten en Nelleke Swinkels samen een koninklijke onderscheiding (Ridder in de Orde van Oranje-Nassau) voor hun bijzondere sociaal-maatschappelijke verdiensten.
“Ik wist dat Maarten op vrijdag 27 april een lintje zou ontvangen”, aldus Nelleke. “Bij het complot betrokken organiseerde ik stiekem thuis de voorbereidingen voor een feestje. Met het opbouwen van een feesttent in de tuin, versieringen en oranje bonbons kon die ochtend pas begonnen worden nadat Maarten naar zijn werk was vertrokken. Met een smoes werd hij vervolgens weer door een collega naar huis gelokt.”
“Toen ik de feestelijkheden zag, wist ik al hoe laat het was”, vertelt Maarten. Omringd door mensen stond ook de toenmalige burgemeester Ivo Kortmann met zijn college in de tuin om Maarten toe te spreken. De speech ging verder, maar dan met feiten over Nelleke. Zij dacht in eerste instantie dat de burgemeester zich vergiste, aangezien de inhoud van zijn speech nu over haar eigen activiteiten ging. De vier kinderen van Maarten en Nelleke en een aantal andere mensen bleken wel bij het dubbele complot betrokken te zijn. Zij wisten dat ook Nelleke onderscheiden zou worden. “En zo organiseerde ik eigenlijk ook mijn eigen feestje zonder het te weten”, lacht Nelleke.
Niet afhaken
Maarten, geboren en getogen Bestenaar, ging rechten studeren in Tilburg en werd daar gedurende één jaar voorzitter van de studentenvereniging. Hier leerde hij ook Nelleke kennen, die dezelfde studierichting volgde. Maartens werkzaamheden lagen vervolgens altijd buiten Best en op financieel-economisch vlak.
Hij werd secretaris van het Concours Hippique in Eindhoven. Later stapte hij over naar het ijshockey en werd hij penningmeester van de ijshockeyvereniging Tilburg Trappers. “Ik sloot mij aan bij verenigingen waar toegewijde en betrokken vrijwilligers actief waren. Vervolgens werd ik penningmeester van de Nederlandse IJshockey Bond en later toezichthouder bij NOC*NSF. Belangrijk in zulke functies is om niet af te haken als het moeilijk wordt. Tijdens de laatste jaren bij de Rabobank werd ik gevraagd om een aantal adviserende klussen te doen in ontwikkelingslanden. Ik zat toen drie maanden alleen in Zambia en was meerdere keren in Vietnam en Tanzania, waar ik lange werkdagen maakte met ook veel vrijwillige activiteiten”, vertelt Maarten.
Gewoon doen
Nelleke werkte als communicatieadviseur bij burgemeester Johan Stekelenburg in Tilburg en werd destijds gevraagd door een vriend, die aalmoezenier was bij defensie, om de communicatie te verzorgen in het kader van een grote reünie voor het 60-jarig bestaan van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene in Oirschot in 2001. “Dat wilde ik graag doen.”
Tijdens de reünie maakte zij kennis met de voorzitter van de vereniging van oud-strijders van de Prinses Irenebrigade, die haar vroeg om eindredacteur van hun regimentsblad De Vaandeldrager te worden. Op verzoek van dezelfde vriend bij Defensie werd zij ook directeur van het Nationaal Katholiek Thuisfront, een functie die zij 23 jaar vervulde. Daarnaast was zij actief in diverse besturen van Bestse scholen en parochies. “De nadruk lag wel op het werk voor veteranen”, licht Nelleke toe. “Je doet het gewoon, het vrijwilligerswerk.”
Bezig blijven
Maarten en Nelleke (74 en 70 jaar) zitten nooit stil. Nelleke: “Vrijwilligerswerk doe je vanuit je hart. Het werken met mensen is onderdeel van ons leven en geeft levensvreugde.”
De dagen van Maarten en Nelleke zijn gevuld met allerlei activiteiten, onder andere voor de parochie Sint-Odulphus van Brabant en het Garderegiment (Nelleke) en de Parochiële Caritas Instelling (Maarten). “Bezig blijven houdt je jong.”
