De meeste gezinnen hebben tegenwoordig een of twee kinderen. Dit was vroeger wel anders. Het was niet ongebruikelijk dat gezinnen een groot aantal kinderen hadden. Ad, Albert en Sjak van Loosdregt, alle drie in hetzelfde jaar geboren, groeiden op met zijn elven en ’het was eigenlijk altijd gezellig’. Deel één van de reeks ’Opgroeien in een groot gezin’: Familie van Loosdregt

Door Lydia Notz

Met vier meiden en zeven jongens thuis verveelde je je thuis nooit. “Onze gezamenlijke leeftijd is 788 jaar”, laat Albert weten die de tweelingbroer is van Sjak. “Achtereenvolgens heb je bij ons Piet (79), Theo (78), Cor (76), Tonny (75), Gerard (73), Bertie (71), Ad (69), Sjak en ik (68), Dienke (67) en Joke van 64 jaar. Er is een dag dat er twee tegelijk en een andere dag waarop er drie van ons jarig zijn. Dus het aantal verjaardagen valt best mee”, lacht Albert.

Uitkleden op de overloop

Het gezin woonde in de Willem II Straat in Best. Ad vertelt: “Voor de kinderen waren er boven 3 slaapkamers. In één sliepen de vier meiden, een andere kamer was voor de oudste twee jongens en wij sliepen met vijf jongens op één kamer. De ruimte was zo klein dat wij ons op de overloop moesten omkleden. Onze ouders sliepen in de woonkamer in een opklapbare boekenkast.” Sjak vult aan: “Op zaterdag gingen wij in bad. Met zijn vijven werden wij achtereenvolgens door ons moeder of door een van de buurmeisjes in de teil gewassen. De laatste van ons zat dan in vuil water.”

“Onze oudste zus was kraamhulp en onze tweede zus mocht niet gaan werken. Zij moest meehelpen in het huishouden en met de opvoeding, tot vervelens toe. Ik had mijn jas nog niet op de stoel hangen of hij was alweer opgeruimd”, vertelt Sjak.

“Ons pa was timmerman en werkte veel, ons moeder zorgde thuis voor ons. Toen Sjak en Albert geboren werden, was het veel voor ons moeder en ging ik voor een paar maanden naar de buren. Albert kreeg moedermelk van een vrouw in de buurt die ook een tweeling heeft gehad. Ons moeder was net de bus naar Eindhoven, er zat altijd iemand in”, geint Ad.

Nooit te druk

Albert: “Wij speelden als de vijf kleinsten het meeste met elkaar. Ook andere kinderen waren bij ons welkom, wij gingen nooit naar iemand anders toe. Bij ons was het nooit te druk. Wij stoeiden veel met elkaar en konden wat van elkaar hebben. Onze jeugd speelde zich grotendeels buiten af met spellen als landjepik. Daarbij gooide je een mes in de grond en daarna trok je een lijn om ‘jouw land’ verder uit te breiden. Ook stoepranden was populair, met name in de net aangelegde Nassaustraat of rolschaatsen op de nieuwe pekweg van de Meidoornstraat.”

Eten en feesten

Sjak: “Ons moeder hoefde maar één keer ‘eten’ te roepen en wij vlogen met zijn allen op om vervolgens aan drie tafels te eten. Als ons moeder pannenkoeken bakte stond zij de hele middag in de keuken. Die hele hoge stapel was dan in vijf minuten verslonden. Voordat wij naar school gingen, had zij al boterhammen gesmeerd die voor iedereen in de juiste volgorde klaarlagen op het aanrecht.”

“Verjaardagen vierden wij altijd thuis, dat is inmiddels met de grootte van onze totale familie van 123 mensen wel anders. Nog steeds drinken wij elke tweede zondag van de maand met onze broers en zussen bij elkaar koffie. Hierbij ontbreken nooit de trouwkaars, de oude thermoskan en de snoeptrommel van onze ouders. Ons moeder bood vroeger altijd iedereen bij vertrek een snoepje aan”, aldus Ad. “Zij zorgde voor de samenhang en het was altijd gezellig”.