“Zit mijn haar nog goed?”, zegt Kees. Sjan schiet in de lach: “Kees maakt altijd grapjes.” De toon is gezet en op de vraag hoe het diamanten echtpaar elkaar heeft leren kennen zegt Sjans: “Nou we hadden al tien jaar verkering voordat we gingen trouwen, toch?” Kees denkt na. “Misschien was het vanaf onze geboorte al bepaald.” Sjan en Kees zijn twee dagen na elkaar geboren en hun vaders kwamen elkaar tegen toen ze aangifte gingen doen op het gemeentehuis. “Ik heb een zoon en wat heb jij? “ “Een dochter!” In dat moment hebben beide vaders elkaar een vrolijke knipoog gezet. “Dus eigenlijk”, zegt Kees. Hebben ze ons al in het gemeentehuis bij elkaar gedouwd.”
Door Ilonka Bokma
Kees zijn vader had in 1920 kapsalon Zwaans geopend. Heel Kaatsheuvel kwam er. Kleine Kees stond op zijn tenen om de klanten in te zepen waarna zijn vader het overnam met het scheermes. Tussen het scheren en knippen door werd er koffie gedronken en over van alles en nog wat gepraat. Zo spreek je dus met vrienden. Kees zou later precies zo’n band opbouwen met zijn klanten.
Sjan schonk koffie op het gemeentehuis. Haar broer en haar vader werkten daar als ambtenaar. “Koffie was eigenlijk alleen voor de hogere heren, maar de werklui lustten ook wel een bakske, dus die gaf ik stiekem.”
In die tijd was er ieder jaar kermis in Kaatsheuvel. “Je had daar van die schommels”, zegt Kees. “Wij jongens deden dan wie hoogst kon en als eerste het tentzeil kon raken.” En Sjan en haar vriendinnen stonden naar dat wedstrijdje te kijken. De volgende dag wilde Sjan weer gaan maar dat mocht niet van haar moeder. “Maar ik ging toch”, zegt Sjan. Dat was het begin van een leuke tijd, ze bleven elkaar steeds tegenkomen. Kees kijkt even opzij naar Sjan: “Ik heb ze altijd in het oog gehouden."
Kees de Kapper uit Kaatsheuvel werd een begrip
Ze trouwden en kregen drie kinderen, Twan, Ronni en Ingrid. Kees nam de zaak over van zijn vader en de vertrouwde klanten bleven komen. Je maakte toen nog geen afspraken, mensen kwamen gewoon aanlopen. Als het druk was zaten de klanten gemoedelijk op het muurtje te wachten. Dan drukte Kees op een belletje en bracht Sjan een bakske voor iedereen. Ze verkochten er ook snoep en rookwaren, je kon er zelfs komen telefoneren. Want veel mensen hadden thuis nog geen telefoon en in de kapsalon hing aan de muur een zwart bakelieten toestel.
Dinsdagmiddag waren ze gesloten en ging Kees naar klanten toe. “Oudere klanten kwamen soms hijgend binnen en dan zei ik, ik kom voortaan wel naar jou.” Zo ging hij om de zes weken ook naar bejaardentehuis Bethlehem in Loon op Zand. “Je wist daar soms niet of het de laatste keer zou zijn”, zegt Kees. Na zo’n laatste keer ging Kees nog een keer terug. “Ik vroeg dan nooit aan het vrouwke hoe gaat het nu, want dat wist ik al. Maar gewoon even langs gaan dat helpt, deed mijn vader ook.”
Feest
Zoon Twan heeft de kapsalon inmiddels overgenomen en Kees en Sjan wonen nu in verzorgingshuis Vossenberg. “Het was echt best moeilijk om onze mooie tuin achter te laten”, zegt Sjan, “Maar we wonen nu wel heel fijn.” “Ook de viering van ons diamanten huwelijk hier was echt een feestje.” De burgemeester was er en ze werden maar liefst twee keer toegezongen. Eerst bij het krieken van de dag door de verzorgers en later op de ochtend nog een keer door Gemengd Koor St. Jan, het koor waar Sjan zelf al 43 jaar in zingt. Kees kijkt trots. “Ze heeft zelfs voor de televisie gezongen!” Als ik dat enthousiast noteer zegt hij: “Gewoon hier, dan staat ze voor de TV te zingen.” Sjan schiet weer in de lach. En zo krijg ik nog voordat ik kan vragen 'wat is nou het geheim van een gelukkig huwelijk' al het antwoord.
