De meeste gezinnen hebben tegenwoordig een of twee kinderen. Vroeger was het niet ongebruikelijk dat gezinnen een groot aantal kinderen hadden. Wil van de Wiel maakte het mee: in Liempde groeide hij op als één van 12 kinderen en hij voelt zich gezegend met zoveel gezelligheid en een nog steeds hechte familieband. Het tweede deel van de serie 'Opgroeien in een groot gezin'
Door Lydia Notz
Wils ogen glinsteren als hij vertelt over zijn jeugd. “Wij waren met 12 kinderen, 6 jongens en 6 meiden die in 13 jaar tijd geboren werden, zonder tweeling. Mijn oudste broer Jan is overleden, hij zou nu 78 zijn. Toen kwamen achtereenvolgens Jeanne (77), Maria (76), Arnold (75), ikzelf (74), Oda (73), Louis (72), Ellen (71), Marianne (69), Peter (68), Mart (66) en Rian (65). Onze totale leeftijd inclusief Jan is 864 jaar. In 1970 werd Julian, een toen 26-jarige Spanjaard, als dertiende kind in het gezin opgenomen.”
Boerderij en klompen
“Mijn vader had een kleine boerderij aan de rand van het dorp met 6 melkkoeien en wat andere dieren. Als zoon van een klompenmaker was hij zelf ook klompenmaker. In 1956/1957 is het woongedeelte van de boerderij afgebroken en is er naast de boerderij een nieuw woonhuis gebouwd. Mijn zus Marianne werd eind 1955 geboren en groeide tijdens de verbouwingsperiode een jaar lang bij mijn tante op. Het nieuwe huis was in die periode nog niet af en dus sliepen wij met zijn allen in het werkgedeelte van de oorspronkelijke klompenmakerij. Op het perceel van onze toenmalige boerderij wonen nu nog steeds 5 broers en zussen.”
Weinig buiten gezin
In het gezin Van de Wiel werd er hard gewerkt maar zorgde men ook voor elkaar. “De oudsten zorgden voor de jongsten, waarbij de meiden veel in het huishouden bijsprongen om mijn moeder te ondersteunen. De jongens hielpen op de boerderij mee, inclusief mijn oudste zus Jeanne. Wij hadden bieten voor de koeien en aardappelen voor het gezin. Tijdens de zomer stonden wij op het veld om onkruid te wieden tussen de aardappels en de bieten. Daarnaast hielpen wij mijn vader bij het maken van klompen. Veel tijd buiten het gezin was er daarom niet. De dorpsgemeenschap hielp elkaar. Zo kwam er bijvoorbeeld iemand bij ons om aardappels schillen en een ander om kleren te verstellen. Mijn tante deed vaak de was.”
Gezelligheid
“Mijn leukste momenten waren die waarin wij als familie iets ondernamen. Wij organiseerden allerlei spellen voor elkaar zoals quiz- of kaartavonden of atletiekwedstrijden voor de jongeren. Ook was ‘busje’ heel geliefd: in een omgeving van 3 kilometer hadden wij meerdere ‘bushokjes’ gemarkeerd waar dan iemand met een fiets langsreed. De fiets was dan de bus en hier mocht je op meerijden”, lacht Wil. “Met de kerst zorgde mijn moeder er altijd voor dat er na de nachtmis hazenpeper of gebakken haantjes op tafel stonden die wij met zijn allen tot diep in de nacht opaten. Met Sinterklaas stond de tafel vol met cadeautjes, voorzien van een naam zodat jij je eigen deel kon pakken.
Voor vakanties hadden wij geen geld. Een zus van mijn vader was non in een klooster in Echt. Hier gingen wij eens per jaar in augustus voor een paar dagen naar toe, tijdens de Liempdse kermis. Wij maakten dan leuke uitjes vanuit Echt.”
Hecht
“Mijn vader was streng katholiek, maar een echte familieman met niets liever dan de hele familie om zich heen. In het weekend bakte hij appelflappen, worstenbroodjes en pannenkoeken. Mijn ouders hechtten waarde aan een goede opleiding en veel van ons studeerden ook. Als gezin zijn wij nog steeds hecht. Wij hebben bijvoorbeeld onze eigen kookclub en een wandelclub ’t Waggeltje’ en elke zondagavond is het open inloop bij mijn jongste zus. Ons gezin is een afspiegeling van de Nederlandse samenleving, waarin verschillende politieke stromingen en favoriete voetbalclubs vertegenwoordigd zijn.”
