Ook in Best vindt in de maand april de traditionele lintjesregen plaats. Elk jaar wordt dan een aantal Bestenaren als symbolische erkenning voor hun bijzondere verdiensten voor de samenleving koninklijk onderscheiden. Inmiddels is deze groep aanzienlijk geworden. In een reeks artikelen wordt maandelijks één oud-gedecoreerde in het zonnetje gezet.
Door Lydia Notz
Dien Koole-Verdonk ontving in 2012 een koninklijke onderscheiding (Lid in de Orde van Oranje-Nassau). Met haar 87 jaar kijkt zij terug op al haar vrijwilligersactiviteiten. Ze begon in Best bij IVN. Hier organiseerde en begeleidde zij enkele jaren wandelingen met schoolkinderen.
In Zeeland zorgde zij destijds voor haar alleenstaande buurman. Elke dag verzekerde zij zich ervan dat alles goed met hem ging. Dat gaf hem een veilig gevoel en Dien kon ook met een gerust hart haar dag vervolgen. De eerdere zorg voor haar buurman bracht Dien op het idee om in 1981 bij het Rode Kruis in Best een ‘telefooncirkel’ op te richten. Zeven vrijwilligers mobiliseerden zich en belden dagelijks rond 9.00 uur alleenstaande ouderen. Iedere vrijwilliger had ‘een eigen dag’ waarop contact werd gezocht. De betrokken mensen hadden zo aanspraak, en het kunnen rekenen op een telefoontje gaf hen een vertrouwd gevoel. Tegelijkertijd wisten de vrijwillige bellers dat alles in orde was met hun ‘klanten’. In het begin beperkte de doelgroep zich tot 2 personen, later groeide de groep tot 10. Dien bleef hier meer dan 30 jaar.
Eén van de eerste personen uit het belrondje was een bejaarde man. “Hij vond het hartstikke leuk dat hij gebeld werd en wij bouwden een goede band met elkaar op. Ik heb een fijne tijd met hem gehad. Al fietsende maakte ik een keer in het in het dorp live kennis met hem. Enkele jaren later, toen de man door ziekte opgenomen werd in het ziekenhuis, ben ik benaderd met het verzoek hem een keertje te komen bezoeken. Eenmaal bij hem aan bed zag ik dat hij stervende was. Ik heb op de gang staan janken. Nu nog krijg ik het er koud van. Maar ik ben blij dat ik op die manier iets voor hem heb kunnen betekenen”, vertelt Dien, nog steeds onder de indruk van deze herinnering.
Dankbaar werk
Ondanks haar drukke gezin met 6 kinderen en inmiddels 11 klein- en 6 achterkleinkinderen zette Dien zich in voor diverse goede doelen. Bij het Rode Kruis was zij ook actief op de J. Henry Dunant, een boot waarmee zieken en mensen met een beperking konden varen. Ook nam Dien een aantal jaren deel aan een vakantiehuisproject in Rhenen om mensen met een beperking een leuke vakantieweek te laten beleven. “Dit waren enorm vermoeiende dagen. In het vakantiehuis had ik ook nachtdiensten. Ik was altijd gebroken als ik thuiskwam, maar heel voldaan. Het was dankbaar werk en ik genoot er zelf ook van.”
Dien was ook vrijwilliger bij Archipel en zorgde er vanaf 2002 lange tijd voor dat mensen met hun bedden of rolstoelen een mis konden bijwonen. Daarnaast gaf zij cursussen in bloemschikken en maakte wekelijks bloemenstukken voor de Protestantse Kerk. Zelfs haar kleinkinderen, de ‘lummels van 25+’ kon zij overhalen om thuis mooie stukjes te maken. Haar hobby van bloemschikken beoefent zij nog steeds bij dagbestedingscentrum Campus Westerwind.
“De blijdschap dat ik iemand kan helpen en iets voor een ander kan betekenen geeft mij een goed gevoel”, aldus Dien. “Als je met mensen werkt, gaat je hart ook mee.”
