Sommige koninklijke onderscheidingen worden uitgereikt op andere momenten dan in de maand april, wanneer de traditionele lintjesregen plaatsvindt. Een aantal Bestenaren ontvangt als symbolische erkenning voor de bijzondere verdiensten in de samenleving een koninklijke onderscheiding. In 2012 was Bert van Drunen aan de beurt.
Door Lydia Notz
In 2012 ontving Bert van Drunen een koninklijke onderscheiding (Ridder in de Orde van Oranje-Nassau) voor zijn bijzondere sociaal-maatschappelijke verdiensten. Hij zette zich op een breed sociaal vlak op lokaal en nationaal niveau in voor de samenleving.
Flabbergasted
De 73-jarige Bert is een Bestenaar in hart en nieren. Vanuit zijn eerdere arbeidsbetrekkingen ging hij naar de Koninklijke Landmacht, waar hij diverse studies volgde. Hier werd hij vervolgens directielid op de HR-afdeling. De laatste 15 jaar van deze werkzaamheden heeft hij uitgevoerd op het Ministerie van Defensie in Den Haag.
In november 2012 nam Bert afscheid bij Defensie in de kazerne in Oirschot. “Anton van Aert was net burgemeester van Best en reikte zijn eerste koninklijke onderscheiding uit. Hij ging op een stoel staan, nam het woord en begon te speechen dat ik een lintje zou ontvangen als Ridder. Ik was totaal flabbergasted, het was voor mij een hele eer”, vertelt Bert trots.
Sociaal betrokken
Bert was onder meer voorzitter van de Atletiekvereniging Generaal Michaëlis en lid van de Raad van Toezicht van de Bibliotheek Best. Als voorzitter van de Stichting Europa Kinderhulp hielp hij mee om buitenlandse kinderen voor een vakantie bij gastgezinnen naar Nederland te halen. Ook was hij voorzitter van het toenmalige bestuur Welzijn Best, later Best-Oirschot (huidig: LEVBest). Na zijn studie werd Bert lid van de Partij van de Arbeid en zette hij zich in voor het afdelingsbestuur van de PvdA in Best. Van 2006 tot 2010 was Bert gemeenteraadslid en van 2014 tot 2017 wethouder.
Defensie
Via Defensie kwam Bert ook terecht in vrijwillige activiteiten die hieraan gelinkt waren. “In de periode dat ik bij Defensie zat, sneuvelden in Irak de eerste Nederlandse militairen. Het werd duidelijk dat Defensie op dat moment niet zoveel deed voor de nabestaanden van gesneuvelden. Ik kreeg de opdracht om samen met collega’s van andere disciplines binnen Defensie een bureau op te richten dat nabestaanden van slachtoffers helpt. De taken bestonden uit een eerste inventarisatie bij de familieleden of zij hulp nodig hebben en zo ja, welke. Vervolgens zorgden wij dat deze hulp er kwam en monitorden de effectiviteit. In dit verband heb ik 24 keer op het militaire vliegveld van Eindhoven Airport gestaan om stoffelijke overschotten in ontvangst te nemen en vervolgens over te dragen aan familieleden, zodat iedereen weer met elkaar herenigd kon worden. Ook organiseerde ik begrafenissen van gesneuvelden, later ook voor uitgezonden militairen in Afghanistan.”
Hulp aan mensen met pijn
Bert is actueel dekenschrijver van het Sint Odulphusgilde. Maar vooral is hij trots op zijn voorzitterschap van de Stichting PSG (Pelgrimage Slachtoffers Geweldsmisdrijven). “Een bevriende aalmoezenier bij de krijgsmacht vroeg mij om dit te doen. Nabestaanden van geweldsslachtoffers kunnen sinds 2016 deelnemen aan pelgrimages naar Lourdes die jaarlijks worden georganiseerd. Door Defensie kwam ik hiermee in aanraking en ik doe het met veel plezier, ondanks de zwaarte van het onderwerp. Wij brengen mensen bij elkaar door lotgenotencontacten. Lourdes is een plek waar je tot bezinning komt en die afleiding biedt. Ik vind het fijn dat ik een bijdrage kan leveren in de verwerking van diepe pijn van mensen. Mijn energie om me in te zetten voor de samenleving is genetisch bepaald, ook mijn familie was zeer actief.”
Op het moment van het interview verbleef Bert voor revalidatie in Verpleeghuis Vitalis Wissenhaege in Eindhoven.
