Korenmolen De Volharding torent trots boven het Bestse centrum uit. Met een uitgebreid assortiment aan meel- en aanverwante producten is dit prachtige monument een geliefde bestemming op de zaterdag, ook voor rondleidingen. De molen beleefde goede en slechtere tijden. Hier weet Frans den Otter, oudste zoon van de laatste molenaar Sjef den Otter, meer over te vertellen.

Door Lydia Notz

In 1909 werd de eerste generatie Den Otter eigenaar van de molen. “Mijn opa Frans kocht de molen toen voor achtduizend gulden over”, weet Frans ‘junior’, die inmiddels zelf 81 jaar oud is, zich te herinneren. De vorige eigenaar liet in 1906 een petroleummotor in de molen installeren, zodat ook zonder wind gemalen kon worden. Door de versnelde ontwikkeling in motoren liet opa Frans later de petroleummotor vervangen door een oliemotor. De beschikbare bedrijfsruimte werd vergroot met een nieuw bijgebouwde berging.

“De volgende gebeurtenis weet ik alleen uit vertellingen van mijn vader Sjef”, herinnert Frans zich. “Mijn oom Jan, die vaak meehielp in de molen, verongelukte hier in 1925 dodelijk. Op een dag stortte hij vanaf de tweede verdieping naar beneden omdat men vergeten was de luiken te sluiten waardoor het graan naar boven wordt getakeld. Dit was bijzonder tragisch.”

Door het onvoldoende malen met windkracht werd dit proces in 1936 helemaal stopgezet en verkocht opa Frans de kap, de wieken en andere onderdelen. Opa Frans ging in 1938 door met het malen van graan en schafte daarom in hetzelfde jaar een nieuwe dieselmotor aan die onderdak kreeg in een nieuwgebouwde machinekamer.

Clandestien malen in WO II

“In de Tweede Wereldoorlog is er clandestien gemalen door mijn opa”, herinnert Frans zich. Door de schaarste kregen molenaars slechts een beperkte hoeveelheid olie toegewezen om de molen draaiende te houden. De Duitsers registreerden het graan dat de boeren verbouwden om de verplichte leveringen aan de bezetter veilig te stellen. Niet dat de boeren zich hieraan hielden. Zij omzeilden de door de bezetter opgelegde verplichtingen en organiseerden olie via het vliegveld Welschap. Opa Frans was niet bang uitgevallen en maalde er – zodra de wind goed stond zodat het malen van de dieselmotor met de juiste stand van de wind minder hoorbaar was – vrolijk op los in het geheim. “In 1944 stierf mijn opa en werd ik geboren als oudste van 5 kinderen. Mijn vader Sjef kocht in 1947 de molen van oma over. Als kind hielp ik mijn vader veel mee in de molen. Na schooltijd vulde ik de zakken en assisteerde in de winkel. Wij waren 6 dagen per week open. Destijds werd in de molen grotendeels varkens- en kippenvoer verkocht en een kleiner deel consumptiemeel. Veel lokale boeren kwamen hier twee keer per week met paard en wagen hun graan brengen.”

De molen als horecafunctie

Rond 1950 raakten molens uit de mode. Veel mensen stopten met zelf brood bakken en er ontstonden plaatselijke bakkerijen en fabrieken die de bakfunctie op grote schaal overnamen. Vader Sjef bleef tot 1965 sporadisch doormalen, maar schakelde toen om naar de horeca. Zijn woonhuis (het huidige EEHT), werd verbouwd tot bruin café ‘De Mulder’, voortgezet door Rian den Otter, Frans’ zus. In de molen kwam later een restaurant dat in het jaar 2000 gesloten werd.

De volledig gerestaureerde korenmolen De Volharding opende in december 2012 weer haar deuren en staat nu in de bloei van zijn leven. Gelukkig is het zelf bakken weer modern en weten steeds meer bezoekers de weg naar de molen te vinden.

Meer spannende verhalen horen? Kom dan naar de Molendag op zaterdag 10 mei.