Toen de woningbouw in het Wilhelminadorp goed op gang kwam, is besloten om een aantal straten te vernoemen naar verzetshelden uit de Tweede Wereldoorlog. Niet zo heel vreemd, want destijds, vlak na de oorlog, leefde die herinnering aan de vreselijke dagen van de bezetting nog zeer sterk. Vanwege het 75-jarige bestaan van het Wilhelminadorp publiceert Groeiend Best daarom een serie verhalen die de verzetshelden toelicht naar wie die straten zijn vernoemd. Ze zijn geschreven door Adrie Brands en eerder al gepubliceerd in het blad van de erfgoedvereniging ‘Dye van Best’. Vandaag deel 31: Ludo Bleys.
Ludo Bleys werd geboren in 1906 in Tilburg. Zijn vader was schoenmaker. Hij zal opgegroeid zijn in een degelijk katholiek gezin en goed hebben kunnen leren, want in 1931 werd hij tot priester gewijd. De parochianen van zijn eerste standplaats in Roermond omschreven hem als een vrolijke, joviale man, een charmeur en levensgenieter. Ze zagen hem veel met een dikke sigaar in zijn mond.
Verzet
Direct met het uitbreken van de oorlog raakte hij betrokken bij het verzet en wist hier ook veel jonge mensen voor te winnen. Ludo Bleys was een inspirerende en bezielende persoon. Onder de verzetsnaam ‘Lodewijk’ was hij zeer actief in het verzet en hield hij zich met allerlei verzetsactiviteiten bezig. Hij was o.a. een van de oprichters van de LO Limburg, een organisatie die hulp bood aan onderduikers. In 1944 vond het verzet dat Ludo Bleys te veel in de gaten gehouden werd door de Duitsers en gevaar liep gearresteerd te worden. Hij werd door de Kockploeg van Helden ontvoerd. Via Frankrijk en het neutrale Spanje van Franco wist Bleys in Engeland te komen. Hier informeerde hij de Nederlandse regering over het verzet in Nederland. In zijn verslag prees hij het verzet van de Landelijke Organisatie en sprak nogal negatief over Raad van het Verzet die hij veel te links vond. In latere verslagen over zijn verblijf in Londen uitte hij zich ook negatief over verschilde leden van de Nederlandse regering in Londen. Koningin Wilhelmina en Prins Bernard liepen hard met hem weg. Hij werd aalmoezenier van Prins Bernard.
Ongeluk
Terug in Nederland, in september 1944 trok hij het bevrijde deel van Nederland door om te spreken over het verzet. Hij werd veelvuldig uitgenodigd spreekbeurten te houden. Op 15 augustus 1945 was hij met een legerjeep op weg naar Gorkum toen hij door een mechanisch defect aan zijn jeep van de weg raakte en over de kop sloeg. Hij overleefde dit ongeluk niet. Bij het onderzoek aan de jeep bleek dat de bouten van een van de wielen doorgesleten waren. Uiteraard werd ernstig rekening gehouden met sabotage. De jeep werd onderhouden in een werkplaats in Utrecht, waar veel NSB’ers werkten. Ook de kritiek die Bleys had op voormalige ministers in Londen en op collega-verzetslieden uit de linkse hoek, zullen hem veel vijanden opgeleverd hebben. Echter, bewijzen van sabotage zijn er nooit gevonden.
Ludo Bleys was de enige verzetsheld met een straatnaam in het Wilhelminadorp die de oorlog overleefde, echter niet lang. Hij heeft maar enkele maanden van de nieuwverworven vrijheid kunnen genieten.
