Toen de woningbouw in het Wilhelminadorp goed op gang kwam, is besloten om een aantal straten te vernoemen naar verzetshelden uit de Tweede Wereldoorlog. Niet zo heel vreemd, want destijds, vlak na de oorlog, leefde die herinnering aan de vreselijke dagen van de bezetting nog zeer sterk. Vanwege het 75-jarige bestaan van het Wilhelminadorp publiceert Groeiend Best daarom een serie verhalen die de verzetshelden toelicht naar wie die straten zijn vernoemd. Ze zijn geschreven door Adrie Brands en eerder al gepubliceerd in het blad van de erfgoedvereniging ‘Dye van Best’. Vandaag het 32ste en laatste deel: Karel Doorman.

De 32 straatnamen in het Wilhelminadorp kregen de naam van een verzets- of oorlogsheld. Naast onze eigen Bernard Beekmans, die tot de laatste snik doorvocht tegen een Duitse overmacht, is ook Karel Doorman geen verzetsheld, maar een man die stierf in een directe, zeer ongelijke strijd tegen de Japanse marine.

Hogere Krijgsschool

Karel Doorman werd geboren in Utrecht op 23 april 1889 in een katholiek gezin uit een familie van beroepsmilitairen. In 1906 ging hij, samen met zijn broer, in dienst als adelborst bij de marine en in 1910 werd hij benoemd tot officier. Kort hierna vertrok hij met het pantserschip Tromp naar Nederlands-Indië. In 1915 haalde hij zijn vliegbrevet en werd o.a. gestationeerd in Soesterberg en in Den Helder. Door een ongelukkige val op het ijs tijdens het schaatsen in 1919 werd zijn arm zodanig gekwetst dat hij daar zijn levenslang last van bleef houden. Hierdoor kon hij zijn carrière als vlieger niet doorzetten. Dit was de aanleiding dat hij een opleiding ging volgen aan de Hogere Krijgsschool, een noodzakelijke stap om verder te groeien naar een staffunctie.

Schout bij Nacht

Kort na het uitbreken van de tweede Wereldoorlog werd Karel Doorman Schout bij Nacht en kreeg hij het bevel over een eskader met als standplaats Soerabaja.

Begin 1942 kreeg Karel Doorman het commando over een geallieerde vloot die een Japanse invasievloot op weg naar Nederlands-Indië moest tegenhouden. Doorman twijfelde sterk aan de haalbaarheid van deze operatie, maar vanuit Washington kwam het bevel dat er gevochten moest worden. De geallieerde vloot was sterk in het nadeel. De bemanning was doodmoe door de wekenlange strijd die zij achter de rug had en de bewapening van de Japanse schepen was veel sterker dan die van de geallieerden. Karel Doorman, twijfelend en ziek, gaf gehoor aan het bevel en viel aan. Tijdens deze slag in de Javazee werden drie schepen, waaronder De Hr. Ms de Ruiter, getorpedeerd en tot zinken gebracht. Van Karel Doorman is altijd beweerd dat hij met het schip ten onder is gegaan en volgens de traditie de meest eervolle dood is gestorven. Door onderzoek zijn hier later twijfels over ontstaan. Geredde bemanningsleden hebben tijdens verhoren na de oorlog beweerd dat Doorman op een vlotje van het schip is weg kunnen komen en waarschijnlijk verdronken is. Hoe het ook zei, Karel Doorman heeft gevochten tot zijn schip onder hem vandaan zonk en hem niets restte dan de dood.