Toen de woningbouw in het Wilhelminadorp goed op gang kwam, is besloten om een aantal straten te vernoemen naar verzetshelden uit de Tweede Wereldoorlog. Niet zo heel vreemd, want destijds, vlak na de oorlog, leefde die herinnering aan de vreselijke dagen van de bezetting nog zeer sterk. Vanwege het 75-jarige bestaan van het Wilhelminadorp publiceert Groeiend Best daarom een serie verhalen die de verzetshelden toelicht naar wie die straten zijn vernoemd. Ze zijn geschreven door Adrie Brands en eerder al gepubliceerd in het blad van de erfgoedvereniging ‘Dye van Best’. Vandaag deel 30: Kapelaan Jac Naus.
Kapelaan Jac Naus werd geboren op 31 december 1913 in Egchel bij Helden. Zijn moeder overleed toen hij nog maar 7 jaar oud was. Op de lagere school werd al snel duidelijk dat hij goed kon leren. Hij kreeg bijlessen en na de lagere school ging hij naar het Bisschoppelijk College in Weert. De volgende stap was de theologieopleiding en in 1937 werd hij priester gewijd. Hij was de eerste priester in Egchel. Een hele eer voor zijn vader.
Kapelaan Naus bezat een groot organisatietalent. Op nog heel jonge leeftijd gebruikte hij dit voor het organiseren van jeugdwerk in zijn geboorteplaats. Later zou hem dit talent goed van pas komen bij het illegaal werk dat hij zou gaan doen.
Onderduikers onderbrengen
In 1939 werd kapelaan Naus benoemd in Venlo, waar hij de zorg van de jeugd en de studentenvereniging krijgt toebedeeld. De oorlog hangt dan al als een zwarte wolk boven Nederland. Na de inval van de Duitsers werd het jeugdwerk en de studentenvereniging verboden. Kapelaan Naus, geïnspireerd door zijn deken en zijn bisschop, besluit in verzet te gaan. Hij werkte nauw samen met o.a. Jan Hendrikx en pater Bleys. Als priester kon hij gemakkelijker onderduikers onderbrengen en contacten leggen met andere verzetsmensen. Hij sloot zich aan bij de LO, de landelijke organisatie voor het onderbrengen van onderduikers. Duizenden onderduikers werden door het netwerk, dat mede door Naus werd opgezet en onderhouden, naar een veilige plek gebracht. Er werd veel vergaderd en overlegd. Dit maakte de groep kwetsbaar voor verraad. In 1943 dook kapelaan Naus onder, omdat de Duitsers hem op het spoor waren. Vanuit zijn onderduikadres bleef hij vergaderingen bezoeken en zaken regelen voor het verzet.
In juni 1944 werd Naus, samen met zeven andere verzetslieden door de Duitsers opgepakt tijdens een vergadering in Weert. Onder zware druk was een gearresteerde verzetsman doorgeslagen en had de vergadering van Weert aan de Duitsers verraden. De zeven topleden van de groep werden in Vught opgesloten en wachtten hier op hun executie. Deze kwam echter niet. Begin september, toen de geallieerden al bijna in Nederland waren, werd Kapelaan Naus, overgebracht naar Sachsenhausen. Aanvankelijk waren de omstandigheden redelijk maar wanneer Naus, in februari, in verband met de snelle opmars van de Russen naar Bergen-Belsen getransporteerd werd, waren de omstandigheden erbarmelijk. Het eten was slecht en het wemelde van het ongedierte. Kapelaan Naus vermagerde heel sterk en werd aangetast door vlektyfus. Hij herstelde hiervan, maar was zo verzwakt dat hij 15 april de sacramenten van de zieken kreeg toegediend. Een paar dagen daarna werd het kamp door de Russen bevrijd. Kapelaan Naus heeft dit nog net mogen beleven. De volgende dag echter overleed hij.
Kapelaan Naus was een van de vele katholieke priesters in het zuiden die gehoor gaven aan de oproep van de bisschoppen niet werkloos toe te zien bij al het onrecht dat de Duitsers hier aanrichten. 32 jaar oud, stierf hij voor dit ideaal.
