Toen de woningbouw in het Wilhelminadorp goed op gang kwam, is besloten om een aantal straten te vernoemen naar verzetshelden uit de Tweede Wereldoorlog. Niet zo heel vreemd, want destijds, vlak na de oorlog, leefde die herinnering aan de vreselijke dagen van de bezetting nog zeer sterk. Vanwege het 75-jarige bestaan van het Wilhelminadorp publiceert Groeiend Best daarom een serie verhalen die de verzetshelden toelicht naar wie die straten zijn vernoemd. Ze zijn geschreven door Adrie Brands en eerder al gepubliceerd in het blad van de erfgoedvereniging ‘Dye van Best’. Vandaag deel 18: Jan Linthorst.
Jan Linthorst werd geboren in Raalte op 29 april 1890 als zoon van een slager en fabrikant. Ook zijn opa was ondernemer, hij had een vleeswarenfabriek in Wilp. Jan had duidelijk de ondernemende genen van zijn voorouders, zou later blijken. In 1934 kwam Linthorst, samen met zijn twee zussen in Oisterwijk wonen. Hij had toen een bedrijf in letter- en reclameplaten. Daarnaast verkocht hij beelden voor kerststallen. Hij was een vroom man. In 1942 begon hij een fabriek in zeep en in schoensmeer.
Dwars zitten
Jan Linthorst was niet bang voor de Duitsers. Op allerlei manieren probeerde hij hen dwars te zitten en zich tegen hun onderdrukking en terreur te verzetten. Hij ging goede relaties met Duitse officieren aan om hier gebruik van te kunnen maken bij zijn verzetsactiviteiten. Met voedsel en geld probeerde hij hen om te kopen, persoonsbewijzen te leveren en zo jonge mannen te behoeden voor de Arbeidsinzet in Duitsland. Linthorst was heel bemiddeld en het lukt hem zelfs om met 40.000 gulden twee gevangenen vrij te kopen.
Persoonsbewijzen vervalsen
Later ging hij zelf, om onderduikers te helpen, persoonsbewijzen vervalsen. Zijn schoensmeerfabriek werd steeds meer een dekmantel om zijn personeel uit handen van de Arbeidsinzet te houden. De Duitsers waren van het schoensmeer, die hoofdzakelijk gemaakt werd van smurrie uit de Vuile Stroom in Oisterwijk, de grootste afnemer.
Jan Linthorst raakte steeds meer betrokken bij het verzet in Brabant. Hij werd lid van de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers en van een plaatselijke knokploeg. Hierdoor kwam hij in contact met de Pilotenlijn en meer dan 200 piloten werden via zijn huis naar België gebracht. Hij stelde zijn chemische zeepfabriekje beschikbaar om fosforbrandbommen te produceren. Deze werden door het verzet gebruikt bij sabotage en brandstichting.
Middelvinger
Een dag na de arrestatie van Jan Brunnekreef, waarmee Linthorst nauw samen werkte, op 9 juli 1944 werd Jan Linthorst, in zijn huis door de Duitsers opgepakt. Hij was aangeraden onder te duiken, maar hij bleef thuis. Hij werd opgesloten in de politiegevangenis in Haaren en van daar op 30 juli overgebracht naar Vught. Hier is hij, samen met zijn medestrijder, Jan Brunnekreef, op 19 augustus 1944 doodgeschoten.
Jan Linthorst, een onverschrokken man, ondernemend, slim, met het hart op de goede plaats, die er niet voor terug deinsde om contact aan te gaan met de vijand en intussen een dikke middelvinger tegen hen opstak. Enkele dagen na zijn executie stuurde de Duitser hem nog een boete van 75.000 gulden voor de levering van ondeugdelijke schoensmeer. Wat zal hij hen vanuit de hemel hebben uitgelachen. De streken die hij hen geleverd heeft, zullen hem daar wel vergeven zijn.
De J.F.C. Linthorststraat.
