Onlangs heeft een groep vrijwilligers van het Gehandicapten Platform Best (GPB) weer voorlichting gegeven op de Zevensprong hoe om te gaan met diverse soorten van beperking. Een vast onderdeel van deze voorlichting is wat het betekent om slechtziend te zijn.
Dit onderdeel wordt verzorgd door Ilse Verhagen, al vele jaren een zeer actief lid van het bestuur van het GPB. Zij wordt bijgestaan door de eveneens slechtziende Beppie Pluym. Ilse heeft de Ziekte van Stargardt, een erfelijke ziekte die vanaf de kindertijd het centrale deel van het netvlies aantast waardoor het gezichtsvermogen steeds verder achteruitgaat (maculadegeneratie). Momenteel is dit rechts drie procent en links één procent.
Het is verwarmend om te zien hoe gretig de leerlingen van een klas de voorlichting opnemen. Het begint met de vraag “Wat weten jullie van slechtziendheid?” En “Als je een vraag hebt, mag je roepen want ik kan het niet zien als je een vinger opsteekt.” Er gaan diverse brillen met een bepaalde gezichtsbeperking rond en, in kleine groepjes, mogen de kinderen geblindeerd een tafel dekken of een spelletje boter, kaas en eieren spelen. Vervolgens worden hulpmiddelen ter sprake gebracht zoals drie soorten witte stokken met rode ringen. De kinderen wordt gevraagd in de auto mee op te letten of een degelijke stok op straat getoond wordt en de chauffeur te attenderen op het geven van voorrang. Overigens: het gebruik van elektrisch rijden zorgt ervoor dat je een auto niet meer hoort aankomen. Een ander hulpmiddel is de beschikking hebben over een hulphond. Die kan aangeven of er een obstakel opdoemt of een trap zoeken. Tot slot merkt een leerling op dat, volgens hem, slechtziendheid zorgt voor een beter functioneren van de overige zintuigen, zoals gehoor. Een terechte conclusie en slechts een van de vele nieuwe inzichten die de kinderen opdeden tijdens de uitleg.
