De bevolking van Best vergrijst. Het aantal senioren neemt de komende jaren aanzienlijk toe. Dit betekent ook een toename van kleinere huishoudens. En zorgt voor een groeiende behoefte aan passende en toekomstbestendige woningen die aansluiten bij de wensen en behoeften van inwoners op latere leeftijd. Veel inwoners geven aan graag zo lang mogelijk zelfstandig te willen (blijven) wonen. De wijze waarop verschilt per huishouden en is afhankelijk van ieders mogelijkheden en voorkeuren. Ook nieuwe woonvormen, zoals woningdelen, kunnen bijdragen aan comfortabel en betaalbaar ouder worden.

Door Theo Louwers

Om het woonbeleid van de gemeente aan te laten sluiten bij deze ontwikkelingen is meer inzicht nodig in hoe inwoners momenteel wonen, welke woonwensen zij hebben voor de toekomst en in welke mate zij bereid zijn om hun woning aan te passen, te delen of te verhuizen op latere leeftijd. Daarom is in oktober 2025 een peiling uitgevoerd onder het Inwonerspanel van Best.

De overgrote meerderheid van de respondenten woont in een koopwoning, meestal een grondgebonden woning. Slechts een op de tien respondenten woont in een appartement. Een kwart van alle woningen zijn (gedeeltelijk) aangepast voor de toekomst. Met name inwoners van 65 jaar of ouder hebben hun woning volledig of gedeeltelijk aangepast, dit betreft vooral bungalows en appartementen. Daarentegen ziet veertien procent van de respondenten geen mogelijkheden om hun woning aan te passen. Naarmate de leeftijd stijgt, zien inwoners meer mogelijkheden en zijn zij vaker bereid de woning aan te passen. Inwoners die aanpassingen hebben gedaan of nog willen doen, denken vooral aan het mogelijk maken van gelijkvloers wonen, aanpassingen in de badkamer en/of het plaatsen van een traplift.

Woontevredenheid

De woontevredenheid in Best is hoog. Negen op de tien inwoners geeft aan tevreden te zijn met hun huidige woning. Wel zijn er verschillen. Vooral bewoners van appartementen zonder lift ervaren hun woning als minder passend en uiten meer ontevredenheid. Ook geldt dat jongere inwoners over het algemeen iets minder tevreden zijn dan ouderen. Toch is het overgrote deel positief. De beoordeling van de leefomgeving krijg een vergelijkbare score als in de vragenlijst van 2022: 7,7 om 7,8.

Inwoners kennen daarnaast een positieve score toe aan de voorzieningen en het veiligheidsgevoel in hun leefomgeving. De sociale verbondenheid scoort met 6,9 iets lager dan de overige scores. Veel inwoners verwachten dat hun woonbehoefte verandert naarmate zij ouder worden. Een aanzienlijk deel geeft aan op termijn te willen verhuizen naar een compactere woning of appartement. De belangrijkste redenen hiervoor zijn dat de huidige woning te groot wordt of niet passend zal zijn wanneer de mobiliteit afneemt. In mindere mate zijn ook de nabijheid van voorzieningen, een rustige/groene omgeving en de mogelijkheden van zorg en ondersteuning redenen om te verhuizen.

Tegelijkertijd geeft een op de drie respondenten aan liever in hun huidige woning te blijven wonen, vooral wanneer de woning al toekomstbestendig is, zoals bijvoorbeeld geldt voor inwoners van bungalows en appartementen. Naast toekomstbestendigheid zijn gehecht zijn aan de huidige woning of wijk en nabijheid van voorzieningen redenen om in de huidige woning te blijven.

De woonwensen voor de toekomst zijn afhankelijk van verschillende aspecten. Verandering in o.a. gezinssituatie, gezondheid, mobiliteit en omgeving zouden ervoor kunnen zorgen dat inwoners willen verhuizen of juist niet. Eengezinswoningen zijn vaak groot en kunnen slimmer benut worden nu huishoudens kleiner worden. Woningsplitsing, woningdelen en hospitaverhuur zijn hiervoor kansen. De mening over het beter benutten van bestaande woningen is verdeeld: 38 procent is positief, 32 procent heeft een neutrale houding hier tegenover en 25 procent is negatief. De overige vijf procent van de respondenten weet het niet. Gevraagd naar het beter benutten van hun eigen woning geven de meeste inwoners aan hun woning niet geschikt te vinden. Privacy, mogelijke overlast en de kosten van woningaanpassingen worden het vaakst genoemd als belemmeringen. Desondanks ziet een kleinere groep inwoners juist voordelen voor het beter benutten van de bestaande voorraad, dit betreft vooral inwoners van vrijstaande woningen. Zij zien voordelen in efficiënt ruimtegebruik en financiële ondersteuning. Hospitaverhuur en woningdelen wordt over het algemeen meer realistisch geacht dan woningsplitsen. De uitkomsten tonen aan dat er kansen liggen, maar dat duidelijke kaders en heldere communicatie noodzakelijk zijn om inwoners goed te kunnen informeren en begeleiden.

Prioriteit aan woningen voor senioren en starters

Uit de peiling blijkt dat inwoners vinden dat de gemeente vooral prioriteit moet geven aan woningen voor senioren en voor jongeren en starters. Deze voorkeuren sluiten aan bij de persoonlijke situatie van de respondenten: jongere inwoners geven vaker de behoefte aan starterswoningen aan, terwijl oudere inwoners juist seniorenwoningen belangrijk vinden. In mindere mate verdienen ook de woningen voor kleinere huishoudens en woonzorgwoningen prioriteit volgens respondenten.

Ook over de gewenste woningtypen ontstaat een duidelijk beeld. Meer dan de helft van de respondenten noemt appartementen als het type woningen dat de gemeente zou moeten bouwen. Daarnaast worden kleinere woningen en nultreden woningen veel genoemd. Ten opzichte van de vragenlijst uit 2022 is de wens voor rijwoningen afgenomen, al blijft dit woningtype vooral onder jongere volwassenen populair.

Tweederde van de respondenten van 18 tot en met 34 jaar geven aan dat er meer rijwoningen nodig zijn. De resultaten van de peiling bevestigen de koers die de gemeente in haar woonbeleid heeft vastgelegd: het realiseren van een toekomstbestendige, betaalbare en toegankelijke woningen voor senioren, starters en kleinere huishoudens. “Bij nieuwe woningbouwontwikkelingen vormt dit beleid ons uitgangspunt en besteden we aandacht aan het bouwen voor één- en tweepersoonshuishoudens”, geeft de gemeente aan.

Daarnaast worden de resultaten meegenomen in de uitwerking van de Woonzorgvisie, waarin wonen, zorg en ondersteuning in samenhang wordt uitgewerkt.

Uit de peiling blijkt dat veel inwoners verwachten dat hun woonbehoefte verandert naarmate zij ouder worden en dat zij behoefte hebben aan kleinere en toegankelijkere woningen. Dit versterkt ook het belang van het stimuleren van doorstroming: door voldoende passende woningen te realiseren, kunnen senioren verhuizen naar een passende woonvorm, waardoor eengezinswoningen beschikbaar komen voor jongeren en gezinnen. Tegelijkertijd is niet iedereen bereid te verhuizen en geeft een deel van de inwoners aan in de huidige woning te willen blijven wonen. Toekomstbestendigheid van de huidige woning is voor hen daarbij een vereiste.