Dat aardbeien telen tegenwoordig een stuk verder gaat dan de Boterwijksestraat dat mag duidelijk zijn wanneer we Jan Robben (67) spreken over zijn werk dat, hoe kan het ook, nog steeds met aardbeien te maken heeft. Hij reist al ruim 10 jaar de hele wereld over om telers van advies te voorzien. Zijn liefde voor het rode zomerfruit is onmiskenbaar, net als zijn kennis en scholingsdrang.
door Marcia Engelander - van den Wittenboer
Wanneer we een afspraak willen maken verblijft Jan in Kenia. "Daarna moet ik nog even naar Polen", schrijft hij ons. Uiteindelijk treffen wij hem op zijn vertrouwde stek in Oirschot aan de keukentafel waar hij vol enthousiasme zijn verhaal vertelt. De passie heeft hij van huis uit meegekregen. "Mijn ouders begonnen al 1948 met het telen van aardbeien, toen nog in het dorp Berkel (later: Berkel-Enschot). In 1983 begon hij voor zichzelf in Oirschot. Ruim dertig jaar teelde hij zijn aardbeien en menigeen kan zich 'de aardbeitjes' van Robben vast nog goed herinneren.
Boek
In 2013 werd duidelijk dat zijn bedrijf geen opvolger zou krijgen. Zijn vier kinderen, alle werkzaam in of rond de voedingsindustrie, kozen ieder hun eigen pad. "Ik ben trots op hoe ze het doen, maar ze wilden niet het bedrijf voorzetten. Dus besloot ik te stoppen met het zelf telen", vertelt Jan. De vele vragen van mensen over hoe je van plant tot perfecte aardbei komt, brachten hem op het idee om een boek te schrijven. "Iets wat ik eigenlijk al heel lang wilde", zo vervolgt hij zijn verhaal. Een jaar lang werkte hij aan het boek met foto's en recepten. Trots toont hij een exemplaar van het boek: 'Liefde voor Aardbeien'. "Daarna kwam de vraag; Wat ga ik nu doen?"
Advies
Het antwoord kwam onverwacht: via een oud-klasgenoot werd Jan gevraagd als adviseur een een groot Duits aardbeienteeltbedrijf. En zo ging zijn buitenlandse avontuur van start. "De bedrijven zijn vaak zo groot dat de ondernemers zelf gewoon geen tijd meer hebben om op alles toe te zien", legt Jan uit, "Dan kom ik in beeld: Ik houd toezicht op de plantjes en leer medewerkers zelfstandig beslissingen nemen. Want het kan wel eens zijn dat ik net weer ergens anders ben." Dankzij videocalls, mails en bellen kan hij toch het hele jaar adviserend aanwezig zijn. Uiteraard probeert hij zoveel als mogelijk ook fysiek de teelt in de gaten te houden. Inmiddels reist Jan de wereld over; van woestijnen en de hitte in Kenia tot aan Nepal en de besneeuwde bergtoppen van de Himalaya tot de droge steppen van Turkmenistan. Overal brengt hij de aardbeientelers de fijne kneepjes van het vak bij. "Soms denk ik weleens; waar ben ik in aan begonnen? Maar als het kwartje eenmaal valt en de medewerkers snappen hoe een aardbei zich ontwikkelt, dan is mijn missie geslaagd."
Ontwikkelingswerk
Naast zijn werk voor grote bedrijven houdt Jan zich bezig met ontwikkelingswerk. "Daar waar de mensen het minder hebben. Ze helpen met het opstarten van een bedrijfje dat kans geeft op een beter leven", zo vertelt Jan, "Maar ook in Oekraïne en Columbia de mensen van zoveel mogelijk kennis voorzien. Dat wanneer de oorlog voorbij is ze goed van start kunnen gaan."
Aardbeienfluisteraar
Hoe Jan aan zijn bijnaam kwam? Lachend legt hij uit: "In Duitsland noemde ze mij 'die Erdbeerversteher'. In Polen ben ik de 'dotorek', oftewel de dokter. Zo noemen ze mij, omdat ik vaak op mijn knieën ga zitten met een vergrootglas om iedere plant grondig te inspecteren. Ik kan dan direct zien of er ziektes zijn of dat de plant zich goed voelt". Zelf vindt hij de titel wat overdreven: "Het is gewoon mijn werk".
Tip?
En wat is nu de lekkerste aardbei? "Smaak is gelukkig heel persoonlijk", vertelt Jan, "Waar Amerikanen houden van stevige, grote aardbeien met een dieprode kleur. Vinden wij Nederlanders deze kleur juist vaak te rijp. Sommige landen willen een hele zoete aardbei. Wij Nederlanders houden van zoet, maar met een zuurtje erin." Op de vraag of Jan ook nog een goede tip heeft voor het telen van de aardbei is het antwoord: "Als het plantje goed groeit en glanst, dan heeft-ie het naar zijn zin. Dan krijg je een blije aardbei. Is de plant dof, dan heeft-ie geen zin. En is het tijd om iets te veranderen; voeding, water of standplaats."
